Home   Verhaaltjes   Kinderen die nadenken   Anwar en de kleine vogel

Anwar en de kleine vogel

Terwijl Anwar vanuit school naar huis liep, begon het heel hard te regenen. Na het avon deten, voordat hij met zijn huiswerk begon, vroeg hij zijn moeder of hij een tijdje naar de regen mocht kijken. Ze zei dat hij wel een tijdje mocht kijken. Anwar ging naar het raam en keek naar de regen die met bakken uit de hemel viel. Er liepen mensen op straat met paraplu’s, en anderen zonder paraplu liepen dicht langs de gebouwen. Na een tijdje waren er overal plassen water. Auto’s die voorbij reden, spatten water op de trottoirs en de mensen vluchten van de stoeprand om niet nat gespat te worden. Anwar bedacht hoe fijn het was om binnen te zijn en dat hij Allah toch zeker dankbaar moest zijn voor een warm huis en eten. Precies op dat moment landde er een musje op de vensterbank. Anwar dacht dat het arme vogeltje op zoek was naar een plekje om te schuilen voor de , en hij deed onmiddellijk het raam open.

“Hallo, mijn naam is Anwar,” zei hij. “Je mag binnenkomen als je wil.” “Dank je wel, Anwar,” zei het vogeltje, “Ik zou graag binnen willen wachten totdat het ophoudt met regenen.”

“Je zult het buiten wel erg koud hebben,” voelde Anwar met hem mee, “Ik heb nog nooit een vogel van zo dichtbij gezien. Kijk eens hoe dun jouw poten zijn! Hoe kunnen ze jouw lichaam dragen?”

“Je hebt gelijk, Anwar,” bevestigde de mus. “Wij vogels hebben dunne poten vergeleken met onze lichamen. Maar ondanks dat, kunnen ze ons lichaam goed dragen. Er zitten veel spieren, aderen en zenuwen in. Als onze poten dunner of dikker zouden zijn, zou het voor ons moeilijker zijn om te vliegen.”

“Vliegen moet een fantastisch gevoel zijn,” mijmerde Anwar. “Jouw vleugels zijn ook dun, maar toch kun je ermee vliegen. Hoe komt het toch dat je er zulke lange afstanden mee kunt vliegen, zonder moe te worden?”

“Als we beginnen te vliegen, verbruiken we heel veel energie omdat onze dunne vleugels het gewicht van ons hele lichaam moet dragen,” begon de mus. “Maar zodra we in de lucht zijn, ontspannen we door onszelf te laten dragen door de wind. Dus omdat we op die manier minder energie verbruiken, worden we niet moe. Als de wind gaat liggen, beginnen we weer met onze vleugels te fladderen. Doordat Allah dit voordeel voor ons heeft gemaakt, kunnen we erg lange afstanden vliegen.”

Anwar vroeg toen: “Hoe kun je om je heen kijken, terwijl je aan het vliegen bent?

De mus legde uit: “Ons beste zintuig zijn onze ogen. Naast de mogelijkheid om te vliegen, heeft Allah ons ook een zeer goed zicht gegeven. Wanneer we samen met onze wonderlijke bekwaamheid om te vliegen, niet zo’n goede ogen zouden hebben, zou het erg gevaarlijk voor ons zijn. We kunnen in de verte beter zien dan mensen, en we hebben een wijd blikveld. Dus wanneer we een gevaar zien aankomen, dan kunnen we de richting en de snelheid van onze vlucht aanpassen. We kunnen onze ogen niet draaien zoals mensen dat kunnen, omdat onze ogen vast zitten in de oogkassen. Maar we kunnen onze kop en nek snel draaien, zodat we een beter blikveld hebben.”

Anwar begreep het: “Dus daarom bewegen vogels hun kop altijd: om om zich heen te kijken. Zijn de ogen van alle vogels zo?”

“Uilen en andere nachtvogels hebben hele grote ogen,” vervolgde de mus. “Dankzij speciale cellen in hun ogen, kunnen zij in schemerig licht zien. Daarom kunnen uilen zo goed zien als ze ‘s nachts jagen. Er zijn ook soorten vogels die watervogels worden genoemd; Allah heeft hen zo geschapen dat ze heel goed kunnen zien onder water. Zij stoppen hun hoofden onder water en vangen kevertjes en vis. Allah heeft deze vogels zo geschapen dat ze scherp onder water kunnen zien en hun prooi kunnen vangen.”

“Niet alle vogels hebben dezelfde snavels. Waarom is dat zo?”, vroeg Anwar.

“Allah heeft verschillende soorten snavels voor verschillende soorten vogels geschapen, om heel verschillende klussen te doen,” luidde het antwoord. “Onze snavels zijn perfect geschikt voor de omgeving waarin we leven. Rupsen en wormen zijn erg lekker voor ons insectenetende vogels. Met onze dunne, scherpe  snavel kunnen we gemakkelijk de rupsen en wormen onder bladeren  vandaan pikken. Visetende vogels hebben meestal een lange snavel met een lepelachtige vorm aan het einde, om de vis gemakkelijk te vangen. En vogels die zich voeden met planten hebben snavels die het hen gemakkelijk maken om de soort planten te eten die ze lekker vinden. Onze Heer heeft ieder schepsel perfect voorzien van de talenten die het nodig heeft.”

Anwar had nog een vraag voor de mus: “Je hebt geen oren zoals ik, maar je kunt me toch goed horen. Hoe zit dat?”

“Horen is heel erg belangrijk voor ons vogels. We gebruiken ons gehoor om te jagen en elkaar te waarschuwen voor mogelijk gevaar, zodat we onszelf kunnen beschermen. Sommige vogels hebben een gehoormembraan waardoor ze de allerkleinste geluiden kunnen horen. De oren van een uil zijn heel gevoelig voor geluid. Hij kan bepaalde niveaus van geluid horen die mensen niet kunnen waarnemen, “ vertelde de mus hem.

Anwar wilde toen weten: “Jullie vogels zingen heel mooi. Ik houd ervan om naar jullie te luisteren. Waar gebruiken jullie je stemmen voor?”

De vogel knikte: “Sommige van ons hebben verschillende liedjes om onze vijanden mee voor de gek te houden. Soms maken we onze nesten in gaten van bomen, en wanneer een vijand naar binnen wil, sissen we net als een slang. De indringer denkt dan dat er een slang in het nest zit. Dit geeft ons de mogelijkheid om onze nesten te beschermen.”

“Wat doe je nog meer om je nest te beschermen tegen vijanden?” vroeg Anwar zich af.

uwen veel loknesten om onze vijanden te misleiden,” zei de vogel. “Op die manier zetten we indringers op het verkeerde been en beschermen we onze nesten en eieren die we in de omgeving hebben verstopt. Om onze nesten tegen giftige slangen te beschermen, verstoppen we de ingangen en maken we ze heel ingewikkeld. Een andere voorzorgsmaatregel is om onze nesten in bomen te bouwen die doornen op de takken hebben.”

“Hoe komt het dat sommige vogels kunnen zwemmen? En waarom kunnen niet alle vogels dit?”, vroeg Anwar zijn vriend.

De mus antwoordde: “Allah heeft sommige van ons geschapen met de mogelijkheid om te zwemmen. Hij heeft hen vliezen tussen hun tenen gegeven om hen te kunnen laten zwemmen wanneer ze het water ingaan. Andere hebben dunne tenen zonder vliezen. Dus, afgezien van watervogels, kunnen vogels niet zwemmen.”

“Net als zwemvliezen!”, riep Anwar uit. “Als ik zwem met zwemvliezen, kan ik veel sneller gaan.”

“Sommige vogels hebben deze zwemvliezen al vanaf hun geboorte,” zei de vogel.

Terwijl Anwar en de vogel hierover aan het praten waren, zei zijn moeder tegen hem dat hij naar zijn kamer moest gaan en zijn huiswerk moest gaan maken. Op datzelfde moment hield het ook op met regenen.

Kijken zij niet naar de vogels, gemakkelijk vliegend in het midden van de hemel? Niemand dan Allah houdt hen vast. Voorwaar, daarin is zeker een
Teken voor een volk dat gelooft.
(Soerah an-Nahl 16:79)

Anwar zei tegen zijn vriend: “Nu moet ik naar mijn kamer gaan en mijn huiswerk maken. Morgen zal ik mijn vrienden over jouw speciale talenten vertellen, en hoe Allah jou en alle andere schepselen op zo’n perfecte kunstzinnige manier heeft geschapen.”

“Het is opgehouden met regenen, dus kan ik terug naar mijn nest,” antwoordde de mus. “Bedankt dat je met mij gesproken hebt, Anwar. Als je je vrienden over mij vertelt, wil je hen dan ook zeggen dat ze goed met ons moeten omgaan en geen stenen naar ons of naar andere dieren moeten gooien?”

“Ja, dat zal ik hen zeker zeggen,” bevestigde Anwar. “Moge Allah je beschermen.”

Anwar opende het raam en de vogel vloog direct weg, fladderend door de lucht. Anwar dacht na over de perfectie in Allah’s schepping en ging toen zijn huiswerk maken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*