Home   Verhaaltjes   Mijn feestjes   Id al-Adha

Id al-Adha

Ahmad keek toe hoe vader en moeder hun spullen inpakten. Al sinds hij zich kon herinneren, spraken zijn ouders over de Hajj. Na jaren van sparen konden ze nu eindelijk deze belangrijke zuil van de Islam volbrengen. Moeders ogen schitterden terwijl ze Vader de medicijntas toegooide. 

“Ik hoop dat alles erin zit!”zei ze. Haar gezicht straalde vol verwachting.

Op de luchthaven namen honderden Moslims afscheid van hun families. Ahmads keel kneep dicht toen hij zijn ouders omhelsde. Hete tranen stroomden langs zijn wangen terwijl hij in Opa’s auto stapte.

“We moeten een dier voor de Id gaan kopen,”zei Opa.

Verwonderd staarde Ahmad hem aan. “Maar het is geeneens Ramadan. Hoe kan het nu alweer Id zijn?”

“Niet Id al-Fitr,” legde Oma uit. “Id al-Adha. Laat me je het verhaal vertellen….

“Toen de vrouw van de Profeet Ibrahim geen kinderen kon krijgen, trouwde hij met een adellijke dame uit Egypte, die Hajar heette. Samen hadden ze een zoon en ze noemden hem Ismail. Al gauw na Ismail’s geboorte zei Allah tegen Ibrahim dat hij Ismail en Hajar naar de hete woestijn moest brengen en hen daar alleen laten.”

“Hebben ze dat overleefd?” vroeg Ahmad. Hij had medelijden met de kleine baby Ismail en zijn moeder.

“Jazeker,” antwoordde Oma. “Hajar vertrouwde op Allah. Op een dag, terwijl ze tussen de heuvels Safa en Marwah liep om naar water te zoeken, wees Allah haar de weg naar een bron die Zamzam heet en nog altijd bestaat. Allah zorgde goed voor moeder en kind. Op een dag, negen jaar later, zagen Ismail, Hajar en Ibrahim elkaar weer. De Profeet Ibrahim was dankbaar dat hij zijn zoon terug had. Allah beval hem echter in een droom dat hij Ismail moest offeren.”

“Heeft de Profeet Ibrahim daar iets over gezegd tegen Ismail? “wilde Ahmad weten.

Oma knikte. “Jazeker, en Ismail antwoordde: “Je zult zien dat ik tot de geduldigen behoor.”

“Ibrahim en Ismail begonnen aan hun tocht naar Mina waar het offer zou plaatsvinden. Shaitan de Duivel probeerde hen tot drie keer toe te verhinderen om Mina te bereiken maar alle drie de keren verjoeg de Profeet Ibrahim hem met stenen. Ze reisden verder naar hun bestemming. Vandaag de dag staan er op deze plaatsen drie pilaren, die de drie Satans symboliseren.”

“Heeft de Profeet Ibrahim Ismail echt geofferd toen ze in Mina kwamen?” Ahmads hart bonsde.

Oma glimlachte. “Nee. Het mes werd tegengehouden. Allah zond een schaap om in Ismails plaats geofferd te worden. Allah wilde enkel het geloof van Ibrahim op de proef stellen!”

Ahmad slaakte een zucht van verlichting.

“Daarom heeft Almachtige Allah bevolen dat elke Moslim die het kan betalen een schaap moet slachten op de tiende dag van de maand Dhu al-Hijjah ter herinnering aan de Profeet Ibrahim en de gehoorzaamheid van zijn zoon de Profeet Ismail, ” ging Oma verder. “Je ouders zullen hun offer brengen in Mina als onderdeel van de Hajj.”

De ochtend van Id al-Adha was warm en helder. Ahmad duwde zijn dekens van zich af en sprong uit bed. De dag zou vol van lekker eten, spelletjes en gelach zijn. Eerst zouden ze naar de masjid gaan om het Id-gebed te bidden. Op weg naar de masjid zei iedereen de Takbir op. Allahu Akbar. La Illaha Illa Allah. Allahu Akbar. Allahu Akbar, wa lillah al Hamd.

God is de Allergrootste. God is Groot. Er is geen andere god dan God, en wij zijn Hem dank verschuldigd.

Eerst ging de Imam hen voor in gebed en hield daarna de Khutbah.

“Allah zegt dat het vlees en bloed van het dier Hem niet bereikt. Wat hem wel bereikt, is onze vroomheid. Onze Profeet Muhammad (De Vrede van Allah zij met hem) heeft ons gezegd dat het offeren van een dier door onze Profeet Ibrahim voltrokken werd. Deze traditie is ter ere van hem. Elke haar op het geofferde dier zal een beloning voor u zijn.”

Na de dienst haastten vele mensen zich naa huis om hun offer te brengen. Opa’s auto hield stil voor het huis van oom Mansoor.

“Elk jaar stellen Mansoor en Rashida hun tuin open voor familie en vrienden om het offer te brengen,” zei Opa. Zijn ogen schitterden terwijl hij het portier voor Oma openhield.

Ahmad was vol opwinding. Lachend en roepend begroetten zijn vrienden hem. Alle kinderen kregen tassen van groen en roze cellofaan. Verlegen opende Ahmad de zijne. Het krakende papier gaf een glimmende rode auto, ballonnen en snoep prijs. De kinderen speelden en lachten totdat er een film over de Hajj werd vertoond.

Ahmad zag hoe pelgrims van alle rassen aan boord van vliegtuigen en schepen gingen om hun vaderland te verlaten. Terwijl ze Mekka naderden, trokken de mannen een Ihram aan. De Ihram was een naadloos gewaad van twee stukken wit doek. Een stuk werd rond de middel gebonden, het andere hing over de schouder. De vrouwen droegen sobere jurken. Ze kleedden zich eenvoudig om te laten zien hoe ze een wereld vol bezittingen opgaven om God te dienen.

De pelgrims gingen naar Mina op de achtste dag van Dhu al Hijjah, naar de berg Arafat op de negende en vervolgens naar Muzdalifah waar ze de nacht doorbrachten. Op de dag van Id ontwaakten ze in Muzdalifah, verzamelden stenen en trokken naar Mina waar ze een van de pilaren die Shaitan moest voorstellen, stenigden. Toen brachten ze het offer. De mannen schoren hun hoofden kaal en de vrouwen knipten hun haar af.

Vervolgens trokken de pelgrims hun gewone kleren weer aan en gingen naar Mekka. Ahmad’s adem stokte toen hij de Heilige Ka’bah zag. Het was een enorme kubus van baksteen, bedekt door een zachte zwartfluwelen stof. De pelgrims liepen zevenmaal in een cirkel om de Ka’bah heen. Na deze Tawaf kusten ze de zwarte steen en baden bij de Standplaats van Abraham, waar de Profeet Ibrahim gebeden had, nadat hij de Ka’bah had gebouwd. Terwijl de pelgrims van en naar de heuvels Safa en Marwa trokken, moest Ahmad aan Hajar en Ismail denken.

Terwijl de kinderen naar de film zaten te kijken, maakten de volwassenen het vlees schoon en brachten het naar de keuken om het te snijden en te bereiden. Tegen de tijd dat de film afgelopen was, waren vrienden en familie sappige stukjes lamsvlees aan het proeven.

Oom Mansoor zei: “Het is een goede gewoonte om eenderde van het vlees aan de arme mensen geven, eenderde aan vrienden en familie en eenderde zelf te houden. Een Moslim moet alles wat God hem geeft, kunnen delen.

Ahmad hielp zijn grootouders met uitdelen. Eerst gingen ze naar de huizen van de armen. De meeste huizen waren klein en kaal. Ahmad had medelijden met de kinderen die in gerafelde kleren op straat speelden. Hij volgde Opa de trap van een weeshuis op. De kinderen lachten blij terwijl Opa grote stukken vlees op hun borden legde.

Aan het einde van de dag kon Ahmad amper opstaan. Zoveel vrienden waren langsgekomen om hun vlees met hem te delen.!

“Ik hoop maar dat we plaats genoeg hebben in de freezer,” lachte Oma, terwijl ze dienbladen met chocola, geconfijte vruchten en noten bracht. Ahmad hielp haar met het opdienen van frisdrank en koffie aan de gasten.

Terwijl hij zag hoe de kring van vrienden hun eten en gelach deelden, dacht Ahmad aan de Profeet Ibrahim die bereid was om zijn geliefde zoon te offeren omdat Allah dat bevolen had. Zelfs de jonge Ismail was bereid geweest om zijn leven voor Allah te geven.

Moslims brengen het offer en delen met anderen om Allah te dienen, begreep Ahmad. Als zij ooit hun dierbaarste bezittingen moesten opgeven omwille van Allah, moesten ze, net zoals Profeet Ibrahim, daartoe bereid zijn. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*