Home   Verhaaltjes   Mijn feestjes   Id al-Fitr

Id al-Fitr

Musa’s hart maakte een sprongetje terwijl de auto de heuvel op klom. Het was het eind van de Ramadan en ze waren op weg om Id-maan te zien. Een warme bries deed zijn hemd opbollen als een ballon.

“Moeten we vasten op Id?” vroeg hij. 

“Nee, jongen,” antwoordde zijn moeder. “‘Id is een feestdag.”

Al snel hadden ze de top van de heuvel, die over de stad uitkeek, bereikt. De kleine bomen en de grijze daken kleurden donker in de rode ondergaande zon.

Allahu Akbar! Allahu Akbar! Een grote man riep op voor gebed met zijn gezicht naar het oosten. Gedurende de Ramadan betekende de oproep tot gebed (Adhan) bij zonsondergang ook dat het tijd was om de vasten te breken. Deze Adhan kondigde het einde van de Ramadan en het begin van de viering van Id al-Fitr aan.

“Kijk! Kijk! Is dat hem?” Riep Fatimah opgewonden uit en wees met een trillende vinger hemelwaarts.

Een stilte viel over de menigte en iedereen stond stil om te kijken. En ja hoor, een dunne maansikkel glanste in de zwartblauwe lucht.

“Het lijkt wel een vingernagel,” verklaarde Musa, ademloos van blijdschap.

Vader reed de wagen een wijk van de stad in, die Musa nog nooit gezien had. Hij stopte bij een klein houten huis. Een vaag licht flikkerde op de veranda. Musa rook de geur van gebakken brood.

“Wie woont hier?” vroeg hij.

“Een arme familie,” legde Moeder uit, terwijl zijn vader naar binnen ging. “We moeten hun te eten geven zodat Allah onze vasten accepteert. Op die manier kunnen zij ook meedoen aan de Id-vieringen.”

Die avond versierde Musa het huis met oranje ballonnen terwijl Fatimah geurende boeketten rozen in vazen schikte. In de keuken goot Moeder deeg voor vruchtengebak in een bakvorm. Het water liep Musa in de mond. Zijn ogen brandden terwijl hij toekeek hoe vader verse gember en bieslook verkruimelde.

“Zet de televisie aan,” zei vader. “De Moslims zenden een Ramadan-programma uit.”

Het programma liet zien hoe Moslims Suhur aten, het ochtendmaal voor zonsopgang om hen kracht te geven voor de vasten. Ze zagen families die Tarawih-gebeden voorlazen. “We weten nooit zeker of we de volgende gezegende Ramadan-maand mee zullen maken,”zei Vader. Tranen glinsterden in zijn ogen. “We kunnen slechts hopen dat Allah de vasten die wij hielden, accepteert.”

Het was vijf uur op een stille Id-ochtend. Een ijzige kilte joeg langs Musa’s rug. Zijn hart klopte opgewonden terwijl hij naar de keuken rende. De familie omhelsde elkaar met begroetingen van de heilige dag.

Musa en Fatimah wisselden met hun ouders Id-kaarten uit. Die van Musa was kleurig en hij had de wensen er zelf opgeschreven. Vader las ze hardop: “Moge Allah uw vasten accepteren en u een gelukkige Id schenken.”

Id is een blijde dag,”zei hij. Het was de gewoonte van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) om naar buiten te gaan en deze prachtige dag te vieren.”

“Haast je, “zei Moeder toen ze klaar waren met de Fajr salah te bidden. “We moeten om zeven uur in de masjid zijn. Id salah begint om acht uur. ”

Musa sprong uit de dampende douche en met een handdoek om zich heen zocht hij naar zijn kleren. De kleren die hij had klaargelegd, waren echter verdwenen. Zijn benen bibberden.

“Mam!” riep hij. “Mam!”

“Hier, Musa,” riep zijn moeder uit de woonkamer.

Op de bank lag een crèmekleurige pak met een chocoladebruine jas.

Musa slikte. Hij wist niet wat hij moest zeggen. “Voor mij? vroeg hij.

Hij rende om zijn ouders te omhelzen. Hij kon aan moeders liefdevol glanzende ogen zien, dat zij het genaaid had.

“Dankjewel!” riep hij uit. De stof voelde zacht aan onder zijn vingers.

Terwijl de wagen naar de masjid reed, zei Musa zachtjes en eerbiedig de Takbir op, zoals zijn vader hem dat had geleerd. “Allahu Akbar, Allahu Akbar, La Illaha Illa Alla. God is Groot, God is Groot, er is geen god dan God.” De opgaande zon verjoeg de mist en maakte de lucht helder Al gauw stopten ze voor de groene deuren van de masjid.

Mensen begroetten elkaar vol vreugde. Musa ging met zijn vader op de voorste rij zitten. Zachtjes begon de Imam voor te dragen. Musa luisterde aandachtig en al gauw hoorde hij zijn vader de woorden van de Imam nazeggen. Zij prezen de Profeet, zijn metgezellen en zijn familie. Ze vroegen om Allah’s zegen voor allen. Musa vond het spreekkoor prachtig. Het werd steeds luider en luider terwijl er steeds meer mensen binnenkwamen. Tenslotte begon het Id-gebed. De stem van de Imam klonk vloeiend en honingzoet. “Wanneer wij liefdadig zijn voor de minderbedeelde moslims, zoals het bij de gezegende Zakat al-Fitr hoort, reinigt het ons van de fouten die we tijdens de vasten begingen. Moslims zijn broeders en zusters voor alle andere moslims. We zouden de Id al-Fitr niet kunnen vieren wanneer onze buren geen eten en nieuwe kleren hadden.” 

Na afloop omarmden vrienden, familielieden, jong en oud, elkaar. Ze drukten Musa geld in de handen. Hij voelde alsof hij zou barsten van geluk. Maar sommige mensen zagen er verdrietig uit.

“Zij missen hun familieleden die dit jaar niet meer in leven zijn,” fluisterde zijn moeder tegen hem. “Tijdens Id moeten we onze familieleden en vrienden die er niet meer zijn, gedenken en voor hen bidden.”

De auto’s die buiten stonden, vulden zich met opgewonden mensen. Een voor een reden de wagens door de straten van de stad. Musa klapte luid in zijn handen. Ze gingen naar het pretpark!

Lachende families wandelden over de promenade. Het zonlicht danste over het glitterende saffierblauwe meer en Musa voelde zich alsof hij kon vliegen. Oudere kinderen reden op de kletterende achtbaan. De jongere kinderen maakten een rit in het reuzenrad. Ze aten snoep, suikerspin en popcorn en dronken fris. Het zweet liep Musa langs de wangen. Zijn hart bonsde en zijn hoofd duizelde. Iedereen lachte en maakte grapjes. “Id Mubarak!” wensten ze elkaar. Gezegende feestdag!

Toen ze thuiskwamen, spreidde Fatimah voorzichtig de kanten tafelkleden over de tafels. Musa zette schalen met chocola en koekjes klaar. Moeder kookte kruidige kip, brood en rijst.

In de huiskamer gooide vader Musa een rol plakband toe.

“Knip dit eens in kleine stukjes voor mij,” zei hij.

Musa hielp hem, speelgoed en doosjes snoep in te pakken.

Toen de gasten binnenkwamen, blonk het huis als een juweel. Vader deelde cadeautjes aan de giechelende kinderen uit. Tante Masuma gaf Fatima een zijden sjaal, en Musa kreeg een speelgoedvliegtuig met echte ramen! Het huis geurde naar heerlijk eten en overal klonk het geluid van familieleden en vrienden die het naar hun zin hadden.

Musa dacht aan de families die Zakat al-Fitr hadden gekregen. Dankzij Allah’s goedheid aten de arme Moslim-kinderen nu ook lekker eten en kregen cadeaus. Dankzij Allah vierden ook zij een gelukkige Id al-Fitr.

Toen de laatste gasten vertrokken waren, bad Musa’s familie gezamenlijk het avondgebed. Vader zei speciale lof- en dankgebeden. Even later zaten Musa en zijn vader samen op de grote sofa. Ze hoefden niet veel te zeggen. Zachtjes spraken ze over de dag en over hun hoop voor de komende jaren. Musa kon niet wachten tot Ramadan en Id al-Fitr er weer zouden zijn. Voordat hij zijn gedachte kon afmaken, vielen zijn ogen dicht en sliep hij vast.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*